1 februari 2015

Carina van Leeuwen

© Carine van den Berg
Voor nuchtere Lage Landers hoeft een forensisch team geen Las Vegasgehalte te hebben. CSI en polders zijn uiteenlopende realiteiten. Dat heeft ook Carina van Leeuwen, forensisch rechercheur bij de Amsterdamse politie, begrepen. Sinds begin 2014 mag ze zich auteur van misdaadromans noemen. Toen debuteerde ze succesvol met Vuurproef, het eerste deel uit de serie Unit Plaats Delict die rond sporenonderzoeker Renee Spaan is opgebouwd. Onlangs verscheen de opvolger Koud spoor waarin de schrijfster trouw blijft aan de balans tussen ernst en lichtheid, humor en maatschappelijke betrokkenheid, verbeelding en werkelijkheid.
 
 
'Bij verhalen gaat het toch vooral om geloofwaardig
en niet om de waarheid.'

Het is bijzonder om een politievrouw als misdaadauteur te leren kennen. Wat denk je, vanuit die achtergrond, te kunnen toevoegen aan het genre? 

Ik schrijf met mijn dagelijkse politie-ervaring als bagage, dat gaat dus eigenlijk vanzelf, zonder bewuste keuze van wat ik wel of juist niet beschrijf. Wát ik daarmee toevoeg, lees ik vooral in de recensies en merk ik aan de reacties die ik van lezers krijg. Daarmee realiseer ik me ook weer hoe bijzonder de wereld is waarin ik werk. Ook van politiecollega‘s hoor ik dat het zo herkenbaar is. Dus, ja, ik denk dat ik wat meer realiteit toevoeg: CSI, maar dan echt.
 

Omdat je hoofdpersoon, Renee Spaan, net zoals jij forensisch rechercheur is, kun je de lezer verwennen met technische weetjes en interpretaties. Moest je jezelf op dat vlak soms een halt toeroepen, bijvoorbeeld, omdat de lezer over te weinig achtergrondkennis beschikt?

Ik hoop dat ik het in mijn boeken zo beschrijf, dat het te volgen is en het geen instructieboek wordt J. En onderschat nooit de lezer; dat zijn vaak al liefhebbers van het onderwerp en hebben waarschijnlijk al veel meer boeken gelezen en TV-series gezien dan ik. Daarmee hebben ze al een basiskennis, ik voeg daar dan de realiteit aan toe.
 
© Greater Manchester Police
In de veronderstelling dat je wel eens een misdaadverhaal van een collega leest… Gebeurt het dat je af en toe denkt ‘dit is niet geloofwaardig’ of ‘deze feiten kloppen niet’, zowel wat het technische betreft als de politiecultuur?

Zelf boeken lezen komt er de laatste tijd niet echt van met twee banen. Als ik dan lees, is dat meestal een boek in een heel ander genre of dat een link heeft met mijn werk. Bij verhalen, zowel op TV als in boeken gaat het toch vooral om geloofwaardig en niet om de waarheid. Dan is het dus heel knap dat mensen geboeid worden door iets waarvan iedereen weet dat het niet de realiteit is of zelfs maar zou kunnen zijn. Als het forensisch niet klopt is dat vaak met een doel: die aantrekkelijke hoofdrolspeelster ziet er een stuk minder leuk uit in een witte overall dan in dat kekke jurkje. Die ene wonderlaptop waar alle antwoorden in zitten is nu eenmaal functioneler wanneer je maar vijftig minuten hebt om een zaak op te lossen.
 

Omdat ook een misdaadroman een roman is, heb je te maken met technieken en criteria die een verhaal doen slagen of falen. Hoe heb je dat ervaren en wat vind je het aller-moeilijkste?

Ik heb geen opleidingen gevolgd die me auteur maakt: I’m learning on the job. Van Vuurproef heb ik veel geleerd. Zowel van de recensies die daarover geschreven zijn als de tips die ik van mijn redacteur heb gekregen. Met die ervaringen en tips in mijn achterhoofd heb ik Koud Spoor geschreven. Dat ging veel vlotter dan Vuurproef; nu was de tweede versie goed, bij Vuurproef was dat pas na een versie of vijf, schat ik.

Het aller-moeilijkst voor mij is iets wat auteurs die niet mijn beroep hebben waarschijnlijk helemaal niet ervaren: de realiteit loslaten. Dat was vooral in het begin een strijd. Steeds vroeg ik me af of ik dat in het echte leven ook zou doen in mijn werk. Nu, twee boeken verder is dat juist een van de leukste dingen om te doen; dat wat ik in het echte leven niet zou kunnen of mogen? Renee mag het en doet het!


Tijdens je ‘blauwe’ werkzaamheden maak je onder meer deel uit van een Cold Case-team. De fictieve chef, Loretta S. Bloembergen, zegt in Vuurproef dat een moordonderzoek 5 ton kost. Als dat bedrag dicht bij de waarheid ligt, is er dan wel geld voor cold cases? En wanneer is een oude zaak zoveel geld waard? 

Alle (grote) politieonderzoeken kosten heel veel capaciteit aan mensen en middelen. Maar iedereen, elk slachtoffer verdient het dat zijn of haar zaak wordt opgelost. Of een zaak weer door het cold case team wordt opgepakt, wordt niet bepaald door de kosten. Er moet weer een mogelijkheid gezien worden die de oplossing dichterbij brengt. Daarbij zijn vooral de (nieuwe) forensische mogelijkheden bepalend.

Zelf vind ik cold case onderzoeken de allermooiste: net dat ene spoor vinden, die nieuwe methode bedenken om bij de waarheid en de dader te komen, of iemand zijn naam terug te kunnen geven. Geef nooit op is mijn (levens)motto. Elk slachtoffer verdient dat en daar zal ik alle mogelijkheden voor inzetten. Ook de slachtoffers die niet de blijvende belangstelling van de media hebben, waar misschien alleen de direct nabestaanden nog aan denken, die wil ik het gevoel kunnen geven dat we ze niet vergeten zijn, dat we niet opgeven.


Het privéleven van Renee Spaan wordt bevolkt door vrouwen. Denk je dat dat invloed heeft op het aantrekken van mannelijke lezers? Heb je überhaupt een publiek voor ogen wanneer je schrijft?

Ik heb daar niet over nagedacht, of- en waarop dat invloed zou hebben. Ook de persoonlijke voorkeur van Renee voor schoonouders met uitsluitend dochters, was vanzelfsprekend. Ik zie bij de masterclass die ik geef bij de boekhandels dat het publiek heel gevarieerd is. Ik zie jonge mensen die het forensische vak in willen, ik zie mannen en een kleine meerderheid aan vrouwen van alle leeftijden (mijn oudste lezeres is 91!). Dat het zo’n gemêleerd publiek zou trekken was en is een enorme opsteker. Ik vind het enorm leuk om de mensen voor wie ik een boek signeer te vragen waarom ze zijn gekomen en waarom ze mijn boeken lezen. Dat geeft prachtige korte verhalen die inspireren om door te gaan.

 
Je hoofdfiguur is iemand die goed met werkdruk kan omgaan en hart heeft voor de zaak. Als ze haar kalmte verliest, dan heeft dat te maken met gedwarsboomd worden (door haar chef of een collega) in haar taak. Herken jij je professionele houding in Renee?

Er zitten zeker karaktertrekken en professionele gedrevenheid in Renee die ik herken. Voor mij gaat het slachtoffer voor alles. Dat is wel eens lastig, soms zijn er zoveel belangen of beperkingen die in mijn beroepsverdwaasde ogen geen invloed zouden moeten hebben. Maar ik loop al lang mee, ik weet hoe het werkt, dus soms moet je geduld hebben en boven alles: nooit opgeven.
 

Renee heeft een heilig vertrouwen in de waarheid van sporenresultaten. Tegen haar tactische collega zegt ze: ‘Sporen, Meindert, sporen! Dan heb je al die onzin niet.’ Kunnen sporen nooit liegen?

Sporen liegen niet. Wel kunnen ze verkeerd gelezen of geïnterpreteerd worden. Dus ik ben het helemaal met Renee eens J.

 
De toon waarop de politiemensen communiceren is respectvol maar ook een beetje stoer. Emoties worden verpakt in ironie. Kwetsbaarheid wordt ook op doorsnee momenten beschermd. In hoeverre komt die communicatievorm overeen met de echte politiecultuur?

Om dat neer te zetten heb ik niet na hoeven denken, dat is zoals het is. Voordat ik bij de politie werkte, was ik operatieassistente en heb dus ook in de zachtere sector gewerkt. Ik kan uit ervaring zeggen dat er een wezenlijk verschil is, maar het past bij de mensen en het werk. Het is niet aangeleerd. Je zou bijna kunnen zeggen: het zit in hun DNA.

Vingerafdruk © Akbar Sim
Bij je debuut, verleden jaar, heb je meteen een serie aangekondigd. Dat is lef hebben! Voelt dat engagement niet beklemmend? En zit er voldoende variatie in forensische kennis en onderzoek om het boeiend te houden?

Dit hele fantastische avontuur van boeken schrijven vindt zijn oorsprong in lef hebben, of bluf zo je wilt. Het begon als een weddenschap met Marja Duin, indertijd redacteur bij AP. Ik had nog nooit iets geschreven maar blufte me op een avond naar een weddenschap met haar: ik zou in vijf maanden tijd een manuscript schrijven en zij zou het dan ook daadwerkelijk helemaal lezen. Zo gezegd zo gedaan. Het resultaat Vuurproef lag, na vele aanpassingen, en ongeveer 5 nieuwe versies, vorig jaar als mijn debuut in de winkel. Daarmee was de auteur in mij los.

De serie Unit Plaats Delict was een idee van mijn redacteur, zelf had ik niet zover vooruit gedacht. Ik bekijk na elk boek of- en hoe ik door wil, dus beklemming voel ik niet. Inmiddels ben ik begonnen aan boek drie, dus dat begint aardig op een serie te lijken, toch?

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen