15 juni 2014

Violet Leroy

 
Als je vindt dat een goed boek rijk en origineel moet zijn, dan ben je bij Violet Leroy aan het juiste adres. Vertrekkend van haar tot nadenken aanzettende jeugd, exploreert ze menselijk gedrag dat te maken heeft met verantwoordelijkheid en schuld, vergelding en vergeving. Daarbij verbindt ze het persoonlijke met het maatschappelijke.

Zoals zijzelf met verbazing en soms met afschuw naar de wereld kijkt, zo blijft de lezer bij het dichtklappen van haar boeken achter met een bedrijvige geest. Bij geslaagde romans horen ook vragen… 
 
 
‘Mijn inlevingsvermogen is van universitair niveau.’
 
Wie naar de invalshoeken van je boeken kijkt, kan niet voorbij aan de godsdienstige elementen (traditioneel of sektarisch geloof, cultureel-maatschappelijke achtergrond van een geloofsgemeenschap…). Wat zegt dat over jouw blik op mens en maatschappij?
 
Het zegt dat de mens, zijn cultuur en geloof mij boeien. Als je ziet wat geloofskwesties doen met mensen is dat angstaanjagend.
Kijk naar de geschiedenis van het Jodendom, het Christendom, kijk naar de huidige beweging in de Islam die de wereld in vuur en vlam zal zetten.

Op zich is er niets mis met geloof: het was ooit een manier om een samenleving te organiseren, het is een houvast voor mensen in een wereld die anders onbeheersbaar lijkt. Een middel om te overleven.
Dat is prima. Tegelijkertijd zie je ook dat geloof een politiek mechanisme wordt waarbij mensen uit zijn op uitsluiting of zelfs vernietiging van andersdenkenden. Geloof kan mensen maken en breken. Ik ben ervan overtuigd dat staat en godsdienst strikt van elkaar gescheiden zouden moeten zijn, maar de realiteit is dat ze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
 
Joodse menora, negenarmige kandelaar,
 die op Chanoeka, het feest van het licht, wordt aangestoken.

In De helft van mijn ziel haal je terecht uit naar het katholicisme dat ‘de zin van het lijden’ propageert. Je suggereert ook, met recht en reden, dat de Roomsen een handeltje met god opzetten: zondigen is niet erg want de biechtvader heeft een dikke spons. Heb je zelf een religieuze opvoeding gekregen of komt dat inzicht ergens anders vandaan? 

Ik ben niet de personages uit mijn verhalen. En eigenlijk vind ik ook niet dat inspecteur Hofman uithaalt. Hij spreekt zijn verbazing uit over het feit dat de Roomsen het lijden van Jezus zo benadrukken.

Toen ik ‘De helft van mijn ziel’ schreef heb ik daar veel over gelezen. Als ik het goed begrepen heb zegt de Roomse Kerk dat Jezus is gestorven om de zonden van de mensen op zich te nemen zodat zij vrij zijn. Ik kan dat niet bevatten: ik heb geleerd dat je zelf verantwoordelijk bent voor wat je doet en laat. Ik heb ook niet geleerd dat mijn handelingen zondig zouden kunnen zijn. Goed of fout, ja, maar zondig? Wat is dat voor woord? Daar krijgt ‘fout’ een hele macabere lading van. Fouten zijn zaken die voor verbetering vatbaar zijn. En waarom moest Jezus daarvoor zo’n pijnlijke dood sterven?  

Een religieuze opvoeding heb ik niet gehad, toch wist ik als kind god wel te vinden. Toen mijn vader bijna doodging heb ik god beloofd dat ik altijd zonder morren zou helpen bij de afwas, als hij mijn vader beter maakte. Hij was nog niet hersteld of ik had mijn belofte al gebroken. Daarna heb ik een paar dagen met god onderhandeld over mijn belofte en vervolgens ben ik hem vergeten want in een kinderleven gebeurt veel. Dus ach, net als de Roomsen maakte ik ook een handeltje met god. In onmacht ben je bereid alles te zeggen en te beloven. Een goede religie houdt daar rekening mee. Zo mag je in het joodse geloof aan de vooravond van Grote Verzoendag aan God vragen je te ontheffen van al dit soort beloftes.
 

Daarnaast verwerk je tragische gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis: de ramp met de Herald of Free Enterprise, het Manson-Tatedrama, de Holocaust… Ben je iemand die nieuws en duiding aandachtig volgt en persoonlijk beleeft?

Eerlijk gezegd: ik heb geen televisie en kijk er ook niet naar. Ik lees ook zelden de krant. Ik volg het nieuws oppervlakkig via internet. Oppervlakkig, maar wel internationaal, want de Nederlandse pers legt andere accenten dan de Amerikaanse of Franse pers.

Het nieuws verandert nooit: er is altijd oorlog, er wordt altijd zonder en met reden gemoord en er zijn altijd mensen die willen heersen over anderen. Waarom heet het eigenlijk nieuws? Er is niets nieuws aan het nieuws.

Wat betreft de Holocaust: Ik kan niet stoppen met het zetten van vraagtekens. Hoe ontstaat zo’n beweging die uit is op vernietiging van anderen? Is dat op het punt waar religie en politiek zich met elkaar mengen en waar religie een machtsinstrument wordt? Ik zie nog steeds de gevolgen van de Holocaust in de naoorlogse generaties.

En het vreselijke is: sinds 1945 zijn weer vele genocides geweest. En echt niet alleen in Afrika of Azië of andere verweg plekken. Je zou denken, hou ermee op, maar het lijkt wel alsof er steeds weer bevolkingsgroepen zijn die andere bevolkingsgroepen per se willen doden. Nu weer Syrië, Egypte… en ook hier in West-Europa speelt religie een steeds belangrijker rol. Op een dag is Nederland weer aan de beurt als toneel voor een religieuze oorlog. Welke bevolkingsgroep slachtoffer zal zijn en welke dader, hangt af van de beslissingen die nu in Den Haag en op Europees niveau genomen worden. Gezien de opportunistische houding van de meeste politici, heb ik weinig hoop voor de toekomst.  
 
 Met Chanoeka worden donuts gegeten.
 
Op welke manier beleef je trouwens je joodse identiteit?

Ik heb geen religieuze identiteit. Ik ben in meerdere opzichten, religieus, cultureel en wat betreft nationaliteit, een mengelmoes. Ik vier Chanoeka, maar slacht ook een paashaas. Sommige mensen noemen mij het prototype van een jiddisje mame, andere vinden mij een Turkse madonna.
Als kind werd ik uitgescholden voor zwartje, onlangs verweet iemand mij een kaaskop te zijn.
Wat is toch identiteit?  

Huize Leroy heeft gecultiveerde bewoners
© Violet Leroy
In je boeken valt ook het thema vergelding, wraak, erg op. De uitwerking ervan is ongemeen heftig. Haal je de inspiratie daarvoor uit het observeren van mensen en/of is dat een emotie die je zelf ook goed kunt voelen?  

Vergelding: het is een fascinerend thema. Vergelding is iets anders dan wraak. Het recht van vergelding was al in het oude testament een belangrijk rechtsbeginsel: oog om oog, tand om tand. Je vergelding ging niet verder dan hetgeen jou of jouw familie of jouw groep was aangedaan. Evenredigheid en proportie in plaats van ongebreideld wraak nemen. Je kan daar van alles over opmerken (lijfstraffen!), maar kern van de zaak was dat het persoonlijk bleef. Als slachtoffer kreeg je genoegdoening in verhouding tot wat jou was aangedaan.

Aan die vergelding werd toegevoegd: vergeving vragen en vergeving schenken. Vergelding is dan ook een schakel in een keten: dader, slachtoffer, misdaad, schuld, vergelding en vergeving. Pas na de vergeving is het klaar. 
 
Die hele keten hebben we losgelaten: in ons huidige strafrecht gaat het om andere dingen en is het persoonlijke aspect verdwenen. Dat heeft zijn voor- en nadelen, maar feit is dat de slachtoffers en hun nabestaanden vaak met lege handen staan wanneer het aankomt op ‘vergelding’. Want hoe je alles ook rationaliseert in onpartijdige wetgeving: het gaat om mensen en menselijk leed, de emotie daarover en de bewegingen omdat leed te verwerken. Dat fascineert me, daar wil ik over schrijven en dat zie je terug in Medelijden met de duivel en in De helft van mijn ziel.

Ging het in die boeken over vergelding, in het boek waar ik nu aan werk gaat het over ‘schuld’. Ik ga het hebben over daders, mensen die in onschuld, of door omstandigheden een ander iets aandoen. Hoe werkt dat door in hun gedrag, in hun geweten? Het slachtoffer wil vergelding, maar waar is de dader naar op zoek? Vergeving?  
Dat wordt het vervolgboek van De helft van mijn ziel. 

 
Tot zover de personages die vergelding zoeken. Als je kijkt naar de andere karakters, dan kom je vaak uit bij zwakkelingen die neigen naar lafheid of bij een soort egocentrisme dat sociaal aanvaardbaar is maar moreel gezien niet erg koosjer. Ben jij ontgoocheld in mensen?

Nee, ik ben niet ontgoocheld in mensen. Waarom zou ik? Teleurstelling houdt afkeuring van andermans gedrag in. Misschien ben ik zelf ook wel een lafaard als het erop aan komt. Mensen zijn niet goed of slecht, geen held of lafaard. Je perspectief bepaalt of je iemand beoordeelt als held of als lafaard, maar beide personages zijn niet realistisch. De soldaat die levens redt door te doden zal voor de ene partij een held zijn en voor de andere een oorlogsmisdadiger.
In mijn boeken kom je geen helden tegen. Ze bestaan niet. Wel twijfelaars en opportunisten. Dat zijn mijn ‘helden’.
Wat niet onverlet laat dat ik graag naar James Bond kijk. 


Wat je boeken nog kenmerkt, is het intense meevoelen met kwestbaren, kinderen en volwassenen. Psychologen zeggen dat mensen met veel empathie vroeger ook direct of indirect met (een) slachtoffer(s) geconfronteerd werden. Herken jij dat? 

Ik herken het zeker. Ik ben opgegroeid in een milieu waar de volwassenen de Tweede Wereldoorlog in al zijn verschrikkingen hebben meegemaakt. Dat betekent dat je als kind te maken krijgt met alle mogelijke emoties.

Die oorlog was niet afgelopen op 5 mei 1945, of op 15 augustus 1945, generatie op generatie wordt nog steeds geconfronteerd met de gevolgen. Bijna 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog bepalen ervaringen van toen het gedrag van nu. Wie daarin is opgegroeid heeft geleerd daarmee om te gaan: je leert stemmingen en gedragingen van volwassenen in te schatten, al was het alleen al om zelf te overleven. Mijn inlevingsvermogen is van universitair niveau.  
 

Zoals je in mijn bespreking van De helft van mijn ziel kunt lezen, vind ik je werk erg origineel, zelfs wanneer je vertrekt van een invalshoek die andere collega’s al gebruikt hebben (de grote thema’s zijn natuurlijk ook beperkt). Hoe ga je te werk om telkens opnieuw fris en verrassend te kunnen zijn? 

Ik zou natuurlijk een hoogdravend verhaal kunnen houden over creativiteit en inspiratie, maar het komt waarschijnlijk gewoon omdat ik een beetje onaangepast ben omdat ik nooit het gevoel heb gehad ergens bij te horen. Misschien lijkt het daarom dat ik fris en verrassend ben, maar ik weet gewoon niet beter.   

De moord op Roman Polanski's vrouw, Sharon Tate,
is een invalshoek in 'De helft van mijn ziel'

Je bent een kundig plot- en ideeënmens. Kom je wel eens een thema tegen waarvan je denkt: ‘Dit is erg boeiend maar zo moeilijk te verliteraturen, misschien zelfs onmogelijk'?  

Bedankt voor het compliment!  Ik ben nu bezig met het thema ‘schuld’. Het ontstond via twee kanalen: Toen ik De helft van mijn ziel schreef, schreef ik tegelijkertijd een ander verhaal. Dat ging over iemand die iets gedaan had, dat zonder dat ze het wist, vreselijke gevolgen had. Het thema was ‘rouw’ en daar ben ik mee gestopt omdat ik erin vastliep. Dat wordt niets, dacht ik en ik had het bestand bijna gewist.

Maar toen ik De helft van mijn ziel klaar had, zag ik opeens een parallel tussen de twee verhalen: ook Hofman doet ongewild een ander iets aan. Hij ervaart dat alsof hij een niet te betalen schuld aan het slachtoffer heeft. In plaats van ‘rouw’ moest ‘schuld’ het thema zijn, realiseerde ik me. Ik ben nu bezig het verhaal van Hofman en het verhaal van die vrouw met elkaar te verbinden en ze passen als een puzzel in elkaar.
Dus: nee, ik ben nog niet tegengekomen dat ik een thema niet kan verliteraturen. 
 
 
Lees hier de recensie van De helft van mijn ziel


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen